Omroepen hebben hun ledenbestanden ingeleverd bij CvdM

Het Commissariaat is gestart met het tellen van het aantal leden van de landelijke publieke omroepen. Het vastgestelde aantal leden per 1 april 2014 bepaalt mede welke omroepen in aanmerking komen voor een erkenning als omroep vanaf 2016. De omroepen hebben onlangs hun volledige ledenbestand bij het Commissariaat ingeleverd.

Als een omroep in aanmerking wil komen voor een erkenning, dan gelden daarvoor wettelijk bepaalde voorwaarden. Een daarvan is het over een minimum aantal leden beschikken. Voor bestaande omroepen geldt een drempel van minimaal 150.000 leden. Voor nieuwkomers geldt de eis van minimaal 50.000 leden.

Voor de Mediawet moet een omroeplid om mee te tellen minimaal zestien jaar zijn, in Nederland wonen en een minimum jaarlijkse contributie van € 5,72 hebben betaald. De accountants van de omroepen zullen controleren of de leden in de steekproef daadwerkelijk betaald hebben. Omroepen moeten nog even geduld hebben voordat ze het uiteindelijk vastgestelde ledenaantal zullen horen. Naar verwachting kan het Commissariaat dit rond de zomer bekend maken.

Elke vijf jaar bepaalt de minister (of staatssecretaris) van OCW welke landelijke publieke omroepverenigingen een erkenning krijgen; dat wil zeggen welke publieke omroepverenigingen voor een nieuwe periode van vijf jaar zendtijd en budget krijgen toegewezen. De huidige erkenningperiode loopt begin 2016 af.

De staatssecretaris streeft ernaar om nog dit jaar een besluit te nemen over de erkenningverlening voor 2016. Om tot een besluit over de erkenningverlening te komen, laat de staatssecretaris zich adviseren door drie organisaties: de Raad voor Cultuur, de raad van bestuur van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) en het Commissariaat voor de Media.

Meer over de erkenningsprocedure
Het aantoonbaar beschikken over het minimum aantal leden is een belangrijke voorwaarde om vanaf 2016 te kunnen uitzenden. Andere voorwaarden zijn onder meer:
– Vertegenwoordigen van een godsdienstige, maatschappelijke of geestelijke stroming;
– Financieel gezond zijn (over een positieve reserve beschikken);
– De leden van de omroep moeten kunnen meepraten over programma’s en andere activiteiten van de omroep;
– Bereid zijn om samen te werken binnen het publieke bestel;
– Nieuwkomers moeten iets toevoegen aan de bestaande programmering door zich te onderscheiden van de andere omroepen. Bijvoorbeeld door andersoortige programma’s te maken of zich te richten op andere doelgroepen;
– Ook moeten nieuwkomers de verzorging van hun media-aanbod opdragen aan de NTR of een reeds erkende omroep omroep waarmee zij overeenstemming heeft bereikt. [Radiowereld.NL]

Gerelateerde berichten


Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on linkedin
Share on email