Zoeken
Sluit dit zoekvak.

Regisseur Robert Altman (81) overleden

Filmmaker Robert Altman is op 81-jarige leeftijd overleden. Hij stierf in een ziekenhuis in Los Angeles. De doodsoorzaak is niet bekendgemaakt.

(Novum/AP) – Filmmaker Robert Altman is op 81-jarige leeftijd overleden. Hij stierf in een ziekenhuis in Los Angeles. De doodsoorzaak is niet bekendgemaakt.

Altman was vijfmaal kandidaat voor de Oscar voor beste filmregisseur, zoals 2001 nog voor ‘Gosford Park’. Hij kreeg dit jaar een Oscar voor zijn gehele oeuvre.

De filmmaker had een duidelijk herkenbare filmstijl, die zich kenmerkte door een groot aantal acteurs, een centrale rol voor improvisatie en dialogen die niet zelden door elkaar heen liepen, wat de verstaanbaarheid niet altijd ten goede kwam. Hij filmde lange scènes en liet daarbij de camera van acteur naar acteur springen.

“Ik was zeer fortuinlijk in mijn carrière. Ik hoefde nooit een film te regisseren die ik niet had gekozen of ontwikkeld. Mijn liefde voor het maken van films gaf me toegang tot de wereld en het menszijn”, zei Altman bij de aanvaarding van zijn Oscar.

Altman vestigde zijn reputatie in 1970 met ‘MASH’, maar hij maakte niet alleen kassuccessen of cultfilms. Veel van zijn werk bleef onbekend.

In 2001 bracht hij ‘Gosford Park’ uit, een combinatie van thriller en satire op de klassenstrijd in het Engeland van de jaren dertig. De productie was zijn grootste succes sinds ‘MASH’ en de film leverde hem zeven nominaties voor een Oscar op, waaronder die voor beste filmregisseur. De Oscars gingen, uitgezonderd die voor het scenario, aan zijn neus voorbij.

Andere Oscar-nominaties kreeg Altman voor ‘MASH’ (1970), ‘Nashville’ (1975), ‘The player’ (1992) en ‘Short cuts’ (1993). In mei bracht hij nog ‘A prairie home companion’ uit, met Garrison Keillor, Meryl Streep, Kevin Kline, Woody Harrelson en Tommy Lee Jones. “Deze film gaat over de dood”, zei Altman op een persconferentie in mei.

‘MASH’, met Donald Sutherland en Elliott Gould, speelde in de Korea-oorlog, maar was een aanval op de oorlog in Vietnam. Altman vertelde in een interview in 2001 dat de studio hem verplichtte tot een disclaimer waarin hij duidelijk moest maken dat het om Korea ging. “Ons mandaat was slechte smaak. Als iemand een smakeloze grap had, was de kans groot dat die in de film kwam, omdat niets smakelozer was dan die oorlog”, zei Altman.

De film kreeg een vervolg in de vorm van een langlopende televisieserie, met Alan Alda in de hoofdrol. Altman moest weinig van de serie hebben. “In tegenstelling tot de maatschappelijke boodschap van de film, werd de serie louter ingegeven door hebzucht.”

Altman bracht zijn tienerjaren voor een groot deel door in jazzclubs in Kansas City, in Missouri, waar zijn vader in verzekeringen deed. In de Tweede Wereldoorlog was hij piloot van een bommenwerper. Hij studeerde bouwkunde aan de Universiteit van Missouri in Columbia, voordat hij in Kansas City promotiefilms voor het bedrijfsleven ging maken. In 1957 stapte hij met ‘The delinquents’ over naar de kunstfilm.

Midden jaren zestig werkte hij grotendeels voor de televisie en regisseerde afleveringen van series als Bonanza en Alfred Hitchcock Presents.

Toen Altman dit jaar zijn ere-Oscar ontving, onthulde hij dat hij tien jaar eerder een harttransplantatie had ondergaan. “Ik maakte er geen groot geheim van, maar ik dacht dat niemand me nog een contract zou geven”, zei hij na afloop van de plechtigheid. “Weet je, er heerst zo’n stigma met betrekking tot harttransplantaties en er zijn er heel wat van ons.”

[Novum]