Zoeken
Sluit dit zoekvak.

Radioprogramma wint bij Raad voor Journalistiek

De klacht die het ministerie van Defensie bij de Raad voor de Journalistiek had ingediend tegen het radioprogramma Argos (VPRO/VARA) is toch ongegrond. Dit heeft de Raad donderdag bekendgemaakt. Het betrof twee uitzendingen in oktober 2007 waarin Argos meldde dat Nederlandse militairen in 2002 in Afghanistan buiten hun mandaat waren gegaan. Defensie meende onvoldoende gelegenheid te hebben gekregen voor wederhoor, maar de raad is het daar niet mee eens.

Argos gaat minister Eimert van Middelkoop (ChristenUnie) nu verzoeken om zijn eerdere beschuldigingen publiekelijk in te trekken, dat Argos “UFO-journalistiek” zou hebben bedreven en het publiek “graancirkels” zou hebben voorgesteld, zo meldt de Vpro.

De klacht van Defensie betrof de Argos-uitzendingen van 17 en 19 oktober 2007 (op  Radio 1), waarin werd bericht over clandestiene militaire operaties van Nederlandse commando’s in 2002 in Afghanistan buiten het toenmalige ISAF-mandaatgebied. Die uitzendingen leidden tot veel publiciteit, tot een waslijst van vragen van de vaste Kamercommissie van Defensie en tot een speciaal Kameroverleg eind november 2007, waarin Kamerbreed onvrede werd geuit over de gebrekkige toelichting die minister Van Middelkoop gaf.

Van Middelkoop reageerde meteen al op 17 oktober in televisiejournaals met de opmerking dat de Argos-berichtgeving “vermoedelijk een canard” betrof. Op 9 november beschuldigde de minister, tijdens een feestrede die hij hield ter ere van het vijftienjarig jubileum van Argos, het programma er van “UFO-journalistiek” te hebben bedreven en het publiek “graancirkels”  te hebben voorgesteld, zo meldde de Vpro. Van Middelkoop voegde hier destijds aan toe: “Daarom heb ik mijn Directeur Voorlichting opdracht gegeven een klacht tegen Argos in te dienen bij de Raad voor de Journalistiek.”

Het duurde tot eind december voordat het ministerie ook echt een klacht indiende. Daarbij viel op dat die klacht niet ging over de inhoud van de Argos-berichtgeving, maar enkel over het weerwoord dat Argos aan Defensie had geboden. De Raad wijst er nu in zijn uitspraak op dat Argos het ministerie meerdere keren benaderde met “gerichte en concrete vragen”, voor het eerst al op 5 september. Dat het ministerie zuinig gebruik heeft gemaakt van de kans op weerwoord, ligt volgens de Raad aan het ministerie zelf en niet aan Argos.

Argos heeft volgens de raad “geen grenzen overschreden” noch wat betreft de journalistiek-professionele vereisten noch wat betreft de maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het oordeel van de Raad luidt dan ook klip en klaar en zonder enig voorbehoud: “De klacht is ongegrond.”

Argos wijst er op dat een aantal vragen die naar aanleiding van de uitzendingen door de Tweede Kamer werden gesteld nog steeds niet bevredigend zijn beantwoord door de regering. Daarbij gaat het onder meer om een sheet waarmee Nederlandse commando’s in Afghanistan zich in maart 2002 voorbereidden op een bezoek door de toenmalige minister van Defensie Frank de Grave. Op die sheet staan onder de kop “Wat willen wij niet kwijt” een zestal punten, waaronder: “Hoe is het geregeld met U.S.” Kamerbreed werd Van Middelkoop gevraagd om dit toe te lichten, hetgeen de minister weigerde.

Afgelopen vrijdag nog stuurde de minister een brief aan de Tweede Kamer over een officieel rapport van het Amerikaanse Korps Mariniers, waarin de minister opnieuw stelt dat dit rapport “foutieve informatie” zou bevatten. Het rapport, dat door Argos werd geciteerd, stelt dat Nederlandse militairen al in januari 2002 in Kandahar (Zuid-Afghanistan) waren. De minister stelde meteen na de uitzendingen al dat dit niet zou kloppen en beloofde in een brief aan de Kamer “een meer specifieke en gedetailleerde toelichting van Amerikaanse zijde”. Die toelichting is echter nooit meer gekomen. De minister schrijft nu aan de Kamer: “Men (het Amerikaanse Ministerie van Defensie – Argos) kan niet verklaren hoe de foutieve informatie over Nederlandse militairen in onder meer dit rapport is terechtgekomen.”

De minister laat de Kamer overigens weten dat het door Argos geciteerde Amerikaanse rapport echt is. Ook geeft de minister toe dat in dit officiële rapport van de Amerikaanse Task Force 58 vermeld staat dat Nederlandse militairen begin 2002 in Kandahar waren. Argos gaat de minister vragen zijn eerder tegen het programma geuite beschuldigingen (“UFO-journalistiek”) publiekelijk in te trekken. [Radiowereld.NL]

Gerelateerde berichten