Zoeken
Sluit dit zoekvak.

Onzinnige bezwaren tegen veiling van radiofrequenties

Een veiling van commerciële radiofrequenties is de meest logische weg om de schaarste in de ether te verdelen. Volgens Hermineke van Bockxmeer en Paul Rutten is het niet nodig bestaande commerciële radiostations zoals Radio 538 en Sky Radio hierbij een voorkeursbehandeling te geven.

De voorgenomen verdeling van etherfrequenties voor commerciële radio is in uitermate woelig water terechtgekomen. Het kabinet wilde aanvankelijk alle frequenties veilen. Na bezwaren uit de Tweede Kamer kwam een commissie onder leiding van voormalig KLM-topman Bouw met een variant waarbij gevestigde stations konden blijven zitten. Het kabinet is vorige week met een aangepast plan op de proppen gekomen, waarbij toch alle frequenties worden geveild, maar ook rekening zal worden gehouden met doelgroepen. De Kamer is verbaasd, de gevestigde radio-industrie verbijsterd.

Het idee van een veiling is niet uit de lucht komen vallen. De kwestie voert terug tot het jaar 1994, toen Radio Noordzee Nationaal en Classic FM als enige commerciële stations via de FM-band gingen uitzenden op basis van een licentie die was verworven in een vergelijkende toets. Sky Radio en Radio 538 kwamen hiertegen in het geweer bij het College voor het Beroep voor het Bedrijfsleven. Met hun succesvolle juridische actie forceerden beide stations zich in de loop van 1995 toegang tot de ether. Hierop zette de overheid de vergelijkende toets als verdelingsinstrumentarium in de ijskast. In de toekomst zou louter nog geveild worden.

De eerste licentietermijn voor het gebruik van de FM-ether door de vier partijen verstreek op 1 april 1997. Als gevolg van een interventie vanuit het parlement werd een veiling op dat moment tegengehouden.

De sector bedong een onderzoek naar het gebruik van de FM-band waarbij de capaciteit zou worden gemaximeerd. Daarmee werd voorkomen dat kunstmatige schaarste zou leiden tot exorbitante prijzen op een veiling. Als onderdeel van de daaropvolgende interimregeling werd een aantal nieuwe frequenties in gebruik genomen. Hierdoor konden Hitradio Veronica, Radio 10 Gold en JazzRadio op de FM-band actief worden. Later is een aantal regionale frequenties in gebruik genomen door niet-landelijke commerciële stations. Inmiddels is de hoeveelheid frequenties beschikbaar voor commerciële stations substantieel uitgebreid. Daarmee is het centrale bezwaar tegen veilen weggenomen. Desalniettemin verzet de gevestigde radio-industrie zich hevig en met hen een aantal mediawoordvoerders in de Tweede Kamer.

Het meest gehoorde bezwaar is dat bestaande stations hun plaats op de FM-band zouden moeten verruilen voor een andere, of deze wellicht helemaal zouden kwijtraken. Dit heeft geleid tot een stroom van e-mailverkeer van verontruste luisteraars die daartoe waren opgeroepen door de radiostations. Later werd overgestapt op het middel van de telefoonblokkade van verantwoordelijk geachte ministeries. Andere belanghebbenden die in conflict zijn met de overheid zijn ongetwijfeld jaloers op de mogelijkheden die de commerciële radio-uitbaters hebben om op propagandistische wijze acties ten eigen bate te orkestreren.

Maar wat de actievoerende radiostations onvermeld laten is dat de programmasoorten die deze zenders aanbieden en de deejays die ze presenteren, ook na de veiling in de ether zullen terugkeren. Vrijwel alle van de huidige radioproducten zijn dermate winstgevend dat niemand voor verdwijning hoeft te vrezen. Stations erkennen dat ook volmondig. Zo wordt beweerd dat concurrenten die de frequenties van bestaande stations na een veiling overnemen gebruikmaken van de waarde van de frequentie die door de huidige stations is opgebouwd.

Immers, veel mensen stemmen blind af op de huidige frequentie van hun favoriete station. Een eventuele nieuwkomer zou het programma kunnen kopiëren en de goodwill `stelen’. Deze argumentatie wijst op weinig vertrouwen in de uniciteit en herkenbaarheid van de eigen programma’s: de luisteraar zou niet eens bereid zijn het favoriete station op zijn FM-schaal opnieuw in te stellen. Het argument dat de stations na de verhuizing moeilijk vindbaar zouden zijn doet hilarisch aan met een doelgroep die in staat is muziek van het web te downloaden en op CD te branden.

Er wordt ook gezegd dat de Nederlandse stations bedreigd worden door grote buitenlandse kapitaalkrachtige mediaconcerns die plannen hebben de frequenties in een veiling weg te kapen. Die concerns zijn echter allang actief in de Nederlandse radiowereld. News Corporation is mede-eigenaar van Sky Radio, Radio 538 en Classic FM, SBS Broadcasting SA bezit 50 procent van Noordzee FM, Bertelsmann is via RTL eigenaar van Yorin FM en Wegener exploiteert Radio 10. Enkele van hen hebben forse winsten geboekt. Sky Radio’s winstpercentage, afgezet tegen de kosten ligt dichter bij de 200 procent dan bij de 100 procent. De meeste van de partijen die momenteel over een FM-frequentie beschikken zijn daarmee tegelijkertijd de gedoodverfde kandidaten voor een pakket na de veiling. De vraag of ze uiteindelijk een pakket in de wacht slepen is vooral afhankelijk van het belang dat het moederconcern aan commerciële radio in Nederland hecht.

Er is dan ook geen doorslaggevende reden te bedenken om de partijen die momenteel op de FM-band actief zijn een voorkeursbehandeling te geven in de komende frequentieverdeling.

Deze partijen hebben in de afgelopen jaren juist tegen relatief gunstige condities van de Nederlandse etherinfrastructuur gebruik kunnen maken. De meest succesvolle onder hen hebben een aardige `oorlogskas’ kunnen opbouwen, tenzij de revenuen direct naar de aandeelhouders zijn gevloeid. Ook hebben ze uitgebreid kennis en expertise kunnen opbouwen waarmee ze in de komende veiling ook hun voordeel kunnen doen.

Een veiling van landelijke frequentiepakketten is op dit moment dan ook de enige logische optie.

Hermineke van Bockxmeer en Paul Rutten werken als onderzoekers bij TNO Strategie, Technologie en Beleid. Paul Rutten is bovendien bijzonder hoogleraar culturele industrie aan de Faculteit Historische en Kunstwetenschappen aan de Erasmus Universiteit. ( 4 Juli 2001)